Alle ondernemers in de gemeente Leeuwarden – commerciële en niet-commerciële, groot en klein, kantoren, fabrieken, instellingen voor zorg en cultuur, scholen, agrarische bedrijven, winkels en noem maar op – worden uitgenodigd hun aspiraties met betrekking tot hun omgeving kenbaar te maken. Het fonds is er om onderling overleg over die ambities te stimuleren, er financiering voor te verschaffen en om samenhang te geven aan het ondernemingsklimaat in de gemeente Leeuwarden.

Hoofdlijnen

Voor de besteding van de middelen zijn eigenlijk maar twee hoofdlijnen:

  • De eerste hoofdlijn is dat er zo min mogelijk regels zijn. Alles wat ondernemers in gezamenlijk overleg tot hun gezamenlijke belang verklaren, komt voor financiering uit het fonds in aanmerking. Het bestuur van het fonds zal alleen bij fricties of onenigheid knopen doorhakken maar zal terughoudend zijn met de inhoudelijke beoordeling.
  • De tweede hoofdlijn is dat partijen die geld uit het fonds willen trekken, dat alleen kunnen doen wanneer ze een aanvraag indienen met een alliantie van ondernemers achter zich. In de meeste gevallen zal het gaan om een vereniging van bedrijven in een gebied, in enkele gevallen om een vereniging van bedrijven in een sector. Maar de kern van het fonds is dat partijen gezamenlijk bepalen waaraan de trekkingsgelden worden besteed.
Spelregels

Deze twee hoofdlijnen leiden tot de volgende spelregels.

  • Het bestuur van het fonds doet bij voorkeur zaken met gebiedsgebonden verenigingen, omdat een vereniging een democratische organisatievorm is. Het moet gaan om ‘officiële’ verenigingen, opgericht bij notariële akte. Daarmee is de ‘accountability’ van het fonds voldoende gewaarborgd. Elke belastingbetaler moet vervolgens de gelegenheid krijgen lid te worden van de vereniging in zijn gebied om in die vereniging mee te praten over de besteding van ‘zijn’ geld.
  • Het bestuur van het fonds, heeft een uitzondering gemaakt op de spelregel dat er een vereniging moet zijn om aanspraak te kunnen maken op het trekkingsgeld. Voor een aantal zelfstandige juridische entiteiten geldt dat hun opbrengst aan bruto trekkingsgeld (totaal jaarlijks, inclusief reservering fondskosten en bovenstedelijke reservering) jaarlijks uitkomt boven de € 30.000 en zij daarmee het recht hebben verkregen zelf – uiteraard na toetsing door het bestuur van het fonds – mogen bepalen waaraan de gelden worden besteed. Het betreft momenteel Vliegbasis Leeuwarden en Medisch Centrum Leeuwarden. Voor allianties anders dan een gebiedsgebonden vereniging geldt dat zij duidelijk en aantoonbaar moeten kunnen maken wat het trekkingsrecht is en welke bestedingsruimte er is.
  • De Gemeente Leeuwarden verschaft aan het fonds aan het begin van elk jaar inzicht in de te verwachten opbrengst van de tariefsverhoging. Het bestuur berekent op basis van die gegevens de opbrengst per postcodegebied/vereniging. Het bestuur zondert van de aldus verkregen bedragen 25% af.
    De aanvragen worden ter goedkeuring aan het bestuur voorgelegd. Dat zal ze marginaal toetsen en vooral letten op de totstandkoming het plan. Een aanvraag t.b.v. het eigen postcodegebied dient ondertekend te zijn door voorzitter en penningmeester van de aanvragende ondernemersvereniging (trekkingsgerechtigde). Als het een aanvraag betreft voor financiële ondersteuning van een “externe” partij voor een activiteit, dient de aanvragende partij te ondertekenen evenals de voorzitter of penningmeester van de aanvragende ondernemersvereniging. Het inhoudelijke besluit voor toekenning ligt bij de vereniging.
    Verenigingen doen een aanvraag voor een project dat nog gerealiseerd moet worden; een aanvraag voor een toekomstige besteding.
    Na toekenning van de aanvraag wordt het volledige bedrag ineens uitbetaald. Een financiële en inhoudelijke verantwoording wordt desgewenst afgelegd aan de ondernemersvereniging wiens trekkingsgelden beschikbaar worden gesteld.
    Voor de bovenstedelijke aanvragen (toegekend door de Raad van Advies) geldt dat er bij toekenning 80% wordt uitbetaald en de resterende 20% bij eindafrekening (uiterlijk ingediend 31/12 van het opvolgende jaar en voorzien van een handtekening van penningmeester en voorzitter van de aanvragende partij.
  • Verenigingen kunnen hun trekkingsrecht in het fonds sparen. Grote uitgaven, bijvoorbeeld voor infrastructuur of beveiliging, komen daarmee binnen handbereik. Er is geen jaarlijkse bestedingsdwang. Het bestuur van het fonds houdt in die gevallen wel de vinger aan de pols over de ontwikkeling van de plannen en zal zo nodig ook zelf het gesprek zoeken.
    M.i.v. 2017 is echter de spelregel van toepassing dat indien het saldo van een trekkingsjaar na 3 jaar niet bestemd is of gereserveerd voor een project, (bekend bij het bestuur van het fonds) dan zal het jaarsaldo worden toegevoegd aan de stadsbrede reservering (bovenstedelijk budget). De besteding daarvan wordt bepaald door de Raad van Advies. De eerste toetsing vindt plaats op 1-1-2020.
De volgorde der dingen ziet er al met al als volgt uit:

Een groep ondernemers komt – per gebied of per sector – tot een samenwerkingsverband, bij voorkeur via een vereniging, opgericht bij notariële akte.
De vereniging krijgt van het Ondernemersfonds te horen over hoeveel trekkingsrecht zij per jaar beschikt.
De vereniging maakt bestedingsplannen en legt die aan het fonds voor. Het fonds toetst die plannen marginaal.
Na toekenning betaalt het fonds het bedrag volledig uit.